Over GAC

1947-1956

Het twintig jarig bestaan werd gevierd met een ‘nationale wedstrijd’. “Alle plannen waren klaar voor een jeugd-landenontmoeting tussen Nederland en België, zelfs de samenstelling van de beide ploegen was al bekend gemaakt, toen de voetballerij een spaak in het wiel stak doordat de eerste competitiewedstrijd Hilversum-Watergraafsmeer gehouden moest worden.”Op 21 september 1947 was de opening van  het clubgebouw van de G.A.C. – de Blokhut bij het Hilversums (of Klein) Wasmeer. Gebouwd door clubleden onder leiding van Jan Veuger: “een gezellig onderkomen voor athleten die in de bossen willen trainen.” De Blokhut staat er nog steeds, hoewel in een andere vorm en na een brand een keer herbouwd, maar al lang geen GAC-clubgebouw meer. Tegenwoordig bewaart het Goois Natuur Reservaat er spullen voor het beheer van de omgeving en lopen er Schotse Hooglanderkoeien in de omgeving.

Hoe anders was het iuni 1947: “Onder het zingen van ons clublied werd de vlag gehesen. Mevrouw  Veuger ontving bloemen als kleine troost voor de vele uren dat zij haar man had moeten missen en vervolgens werd door vier meisjes een kussen aangedragen met de sleutel, die door de voorzitter in het slot van de voordeur gestoken werd. De pers wijdde veel aandacht aan ons nieuwe train-centrum.

De Blokhut kreeg al snel een grote naam: “In November werd de hut uitverkoren als wintertraincentrum voor de athleten, waaruit de ploeg voor de Olympische Spelen zou worden samengesteld. Donderdagsmiddags kwamen de heren en Zaterdagsmiddags de dames naar de hut om onder leiding van Jan Blankers te oefenen. Grote trots vervulde onze club, toen Fanny Blankers-Koen het volgend jaar met 4 gouden medailles thuis kwam, waarvoor de grondslag bij ons gelegd was.”

In 1948 was de G.A.C. al in grootte de achtste vereniging “des lands” en ook werd een clublid weer landskampioen: Anton Kist won de 800 meter in 1:57’7.

“Een belangrijke dag in onze historie zal de 16e Augustus 1948 blijven, de dag, waarop wij een uitermate boeiende internationale wedstrijd organiseerden. Bij kunstlicht zagen 3000 toeschouwers een interessante kamp met Amerikaanse athleten, Fanny Blankers, Wim Slijkhuis en vele anderen.”

Een gebeurtenis die in de meeste jubileumuitgaven van de G.A.C. onderbelicht wordt is de ‘scheuring’ in 1953. Uit onvrede (natuurlijk over geld) vertrekt trainer Bertus Krijnen met een groep atleten. Zij vinden onderdak bij Gymnastiekvereniging VIF – Vreugde Inspanning Fierheid, die een aparte atletiekafdeling begint.

Uit verslagen van het begin van de jaren vijftig is duidelijk dat de jeugd steeds belangrijker wordt. “De meeste onzer jonge leden trokken er vele Zondagen en Zaterdagmiddagen op uit om aan wedstrijden buiten de radiostad deel te nemen.”

Hoewel –relatief- slechts weinig leden van onze club Nederlands kampioen zijn geworden is de G.A.C. in ploegverband vanaf de jaren vijftig vaak prominent aanwezig. Onder leiding van de legendarische trainer Cor Tissot van Patot worden de meisjesploegen in 1952 en 1953 Nederlands kampioen. Die tweede keer gebeurde op ‘onze eigen’ sintelbaan op het Sportpark, want de G.A.C. organiseerde dat jaar de NK Jeugd-clubkampioenschappen.

De Blokhut bij het Wasmeer moest na ruim zes jaar worden verlaten omdat eigenaar het Goois Natuur Reservaat de ruimte nodig had voor opslag van materialen. In 1954, als we voor het eerst meer dan 200 leden tellen wordt de G.A.C. weer clubhuisloos.

In 1955 mogen de vrouwen (men zegt dan nog dames) voor het eerst een langere afstand dan 400 meter hardlopen. Op Koninginnedag worden tien dames uitgenodigd om in Amsterdam een proef te doen om aan de limiet van 2 minuut en 40 seconden te voldoen. Drie van de tien slagen slechts, waaronder ‘onze’ Ans van Overdam en ‘onze’ Greetje Knip.